Op Vlieland geboren
Willem - zich later noemend Willem de Vlamingh - is geboren op
Vlieland *) en werd op 28 november 1640 in de Hervormde kerk van
Oost-Vlieland gedoopt als zoon van Hessel Dircksz. en Trijntje
Cornelis. Op 2 december 1668 trouwde hij met een Amsterdamse,
Willempie Cornelis., in dezelfde kerk op Vlieland maar het echtpaar
vestigde zich in Amsterdam. Hij is dan al een ervaren zeeman en
richtte zich met name op de walvisvaart.
De Vlamingh moet wel een opmerkelijke
figuur zijn geweest in de Amsterdamse zeevaarderswereld. Hij had
goede connecties in de hoogste kringen, in het bijzonder met Nicolaas
Witsen. Witsen was naast koopman en handelaar ook geinteresseerd
in wetenschap in de breedste zin van het woord. Hij hield zich
met name bezig met geografie en scheepvaarttechniek. De Vlamingh
moet hem goed gekend hebben en van gedachten hebben gewisseld
over zijn plannen. Op een tocht die hem noordelijk van Nova Zembla
bracht, noemde hij een eiland naar Witsen die dat vast en zeker
gewaardeerd zal hebben.
In 1688 trad 'den verstandigen zeeman schipper Willem de Vlamingh'
zoals hij door Witsen wordt genoemd, in dienst van de VOC. Na
twee reizen naar de Oost te hebben gemaakt, werd hij benaderd
om de zoektocht naar een de Ridderschap van Holland te leiden.
Dit VOC-schip was in 1693 in de Indische Oceaan vergaan.
Een avontuurlijke route
De Ridderschap was niet het eerste en zou ook niet het laatste
schip zijn dat tussen Kaap Goede Hoop en Batavia zou verdwijnen.
Soms verdwenen de schepen midden op de Indische oceaan maar soms
ook gebeurde het dat zij schipbreuk leden op de Australische westkust,
zoals de Vergulden Draeck in 1656.
Dat deze schepen op de Westaustralische kust verzeild raakten,
was het gevolg van de "experimentele" zeilroute vanaf
de Kaap naar Batavia. Sedert 1610 moesten de schepen vanaf de
Kaap westwaarts varen om op het juiste moment de steven noordwaarts
te wenden richting Java.
De nieuwe route had een aantal grote voordelen boven de route
die tot dan toe was gevolgd en die langs de Afrikaanse kust en
Madagascar liep en vandaar ongeveer evenwijdig aan de evenaar
oostwaarts naar de Indische archipel. In de eerste plaats liep
men minder kans op vijandige Portugezen te stuiten. De tachtigjarige
oorlog werd ook in Amerika, Afrika en Azie uitgevochten! Daarnaast
richtte de Compagnie haar aandacht vooral op de Indische archipel
en met name Java en de Molukken en minder op het noordelijker
gelegen India. Maar nog belangrijker was dat de schepen nabij
de 40ste breedtegraad een sterke westenwind mee hadden en het
klimaat op die zuidelijke breedte veel koeler en dus gezonder
was dan langs de evenaar. Watergebrek en hitte veroorzaakten vaak
enorme sterfte onder de verzwakte bemanningen en windstilte langs
de evenaar verlengde de reis bovendien.
Naast alle voordelen kleefde er ook een groot nadeel aan de nieuwe
route. Het was met de gebrekkig navigatiemiddelen erg moeilijk
het juiste moment te bepalen waarop de steven noordwaarts gewend
moest worden. Goede instrumenten om nauwkeurig de lengte te bepalen
kende men niet en onderweg waren er, behalve de twee kleine eilandjes
St.Paul en Amsterdam, geen orientatiepunten zodat op gegist bestek
moest worden gevaren. Zeilde men te ver door dan stuitte men onvermijdelijk
op de Australische kust. Het vrij lage kustsilhouet was, zeker
's nachts, met de branding mee vanuit zee moeilijk te zien.
Eenmaal te dicht onder de kust, konden de slecht wendbare vierkant
getuigde schepen, opgestuwd door de enorme deining van de Indische
Oceaan, deze nauwelijks meer ontwijken. Gelukkig slaagden de meeste
erin de kust tijdig in het oog te krijgen. Door deze onvrijwillige
confrontaties werd de Australische westkust stukje bij beetje
in kaart gebracht.
Zo was er op het einde van de zeventiende eeuw nog steeds vrij weinig over Australië bekend. En opnieuw was daar een kostbaar schip, de Ridderschap van Holland, verloren gegaan. Tegelijk kon dan ook nog een keer naar de Vergulden Draak uitgekeken worden, die reeds in 1656 was vergaan. En omdat door sommigen verondersteld werd dat Australische kust westelijker dan op de kaarten was weergegeven, wilde men die kust nu voor eens en voor altijd goed karteren. Dat was het tweede hoofddoel van de expeditie van De Vlamingh.
Mislukking of succes
Op 3 mei 1696 verlieten de schepen de rede van Texel en arriveerden
ze na een voorspoedige reis van bijna zes maanden bij Kaap de
Goede Hoop. Na een verblijf van zeven weken aan de Kaap werden
de ankers gelicht en begon de eigenlijke zoektocht. Aan boord
bevonden zich nu ook enige Zuidafrikaanse inlanders waarvan men
hoopte dat zij in staat zouden zijn met de zwarte inwoners van
Australië te communiceren.
Eerst werd het eilandje St. Paul en later het nabij gelegen Amsterdam
onderzocht maar ieder spoor van de Ridderschap van Holland ontbrak.
De Vlamingh liet op beide eilanden platgeslagen tinnen schotels
achter met inscripties waarin hij aangaf er geweest te zijn. Gerst
en erwten werden uitgezaaid voor toekomstige schipbreukelingen.
Op 5 december zeilde de vloot
verder en na 19 dagen kwam de westkust van Australië in zicht.
Als eerste werd een eiland onderzocht dat Rottnest werd genoemd
naar de vele dwergkangaroes die ze daar aantroffen. De mannen
hadden nog nooit kangaroes gezien en De Vlamingh omschreef ze
als 'rotten' of ratten zo groot als katten.
Op het vasteland voeren ze een rivier op en zagen ze zwarte zwanen
waarvan er een aantal werd gevangen om mee te nemen naar Batavia.
De rivier heet heden ten dagen Swan River en aan de oever ligt
de hoofdstad van West-Australië, Perth.
Verder voerde de tocht langs de kust naar het noorden. De Vlamingh
vond dat het land er vanuit zee net uitzag als Vlieland; laag
en duinig. Maar het is dor en duinig land, niet bekwaam voor beesten
laat staan voor menschen te bewonen. Bewoners waren er wel. 's
Nachts zagen ze houtvuren oplaaien maar ondanks herhaalde pogingen,
konden ze geen contact krijgen.
Op 30 januari 1697 deden ze hun gedenkwaardige vondst op Dirck Hartog eiland. Geen spoor echter van de Ridderschap van Holland of van de Vergulden Draeck en zo restte hen niets anders dan het nauwkeurig in kaart brengen van de kust. Op 20 maart 1697 arriveerden de schepen in Batavia. Als tastbaar resultaat kon De Vlamingh niet veel meer overleggen dan het genoemde bord van Dirck Hartogh, een doos schelpen en een pot met olie, geperst uit welriekend hout. Het is begrijpelijk dat dat weinig indruk kon maken op de Gouverneur Generaal en zijn Raden. Ook de elf schilderijtjes die Victor Victorsz tijdens de tocht had gemaakt, konden daar niets aan veranderen. Geen Ridderschap van Holland waarmee de eerste opdracht inderdaad niet met succes was afgerond. Minder opzienbarend maar daarom niet minder belangrijk, was het resultaat van de kartering van de Westaustralische kust, de tweede opdracht. Hier had De Vlamingh goed werk geleverd en voor het eerst was de gehele kust aan een diepgaand onderzoek onderworpen. De hooggespannen verwachtingen had De Vlamingh niet kunnen beantwoorden maar waar niets te halen valt, is ook niets te vinden.
De schotel
Op 11 februari 1697 schrijft De Vlamingh in zijn journaal:
Maendagh smorgens de wint als voren, moij weer, lieten een
tinnen schootel pladt kloppen, daerop ick liet schrijven aldus:
[hierna volgt de tekst van het bord van Dirck Hartoghs]. Voorts
1697 den 4e Februarij is hier aengekomen het schip de Geelvink
voor Amsterdam, den Commandeur Schipper Willem de Vlamingh van
Vlielant, adsistent Joannes van Bremen van Coppenhagen, opperstierman
Michiel Blom van Bremen, de hoecker de Nijptangh, Schipper Gerrit
Colaert van Amsterdam, adsistent Theodoris Heermans van dito,
opperstierman Gerrit Gerritsz. van Bremen; 't galjoot het Weseltje,
gesaghebber Cornelis de Vlaming van Vlielant, stuurman Koert Gerritsz.
van Bremen, en van hier gezeijlt met ons vloot den 12 dito, voorts
het Z.lant te ondersoecken en gedistineert voor Batavia.
Bij het derde eeuwfeest van De Vlaminghs ontdekking - in 1997 - werd door Z.K.H. Prins Willem Alexander aan de monding van de Swan River een beeld onthuld van Willem De Vlamingh. De Australische regering bood aan het Nederlandse volk replica's aan van de schotels van Dirk Hartog en Willem de Vlamingh. Beide werden in ontvangst genomen door Hare Majesteits Ambassadeur in Australië. Deze schonk op verzoek van museum Tromp's Huys de replica van De Vlaminghs schotel aan het museum, waar ze nu te bewonderen is.
*) Willem is geboren te Dorpsstraat
176. , waar nu kapitein J.Koning woont.
Het huis is altijd residentie geweest voor zeevaart geweest tot
vandaag aan toe.